Shipment Douane API Interface
Inhoudsopgave:
- API Settings configueren
- Adresboek interne code
- URL set-up (Douane API)
- API verbinding
- Berichten Business 2 Stratech (B2S)
- Voorbeeldbestanden & documentatie
- JSON Best Practices
- Berichten Stratech 2 Business (S2B)
- Configureren Document Status callback URL (PDF ophalen)
- User Manual (DMS)
- Shipment Artikelbestand aanroepen via API
- JSON Support tags
Inleiding
Stratech Shipment biedt de mogelijkheid een koppeling te realiseren vanuit het ERP-bedrijfssysteem. Hiermee kan je gegevens vanuit het bedrijfssysteem doorsturen naar Shipment voor het aanmaken en vullen van een aangifte of document. Het is een HTTPS / JSON API gebaseerd op REST principe.
Als je verbinding wilt maken met de Shipment API en deze wilt gebruiken, moet je bekend zijn met het HTTPS-protocol, de JSON gegevensweergave en REST-principes. Minimale vereisten voor de API verbindingen is TLS 1.3. Stratech gebruikt Postman voor interne test doeleinden.
Deze interface is bedoeld voor douaneaangiften. In deze documentversie zijn de interfaces beschreven voor:
- DMS Export (4.0)
- DMS Import (4.0)
- DMS Inbound – ABBI (4.1)
- DMS Outbound – ABBU (4.1)
- DVA Vertrek (Outbound T1)
- DVA Aankomst (Inbound T1)
- EMCS Vertrek (accijns)
1. API Settings Configureren
Log in op de Stratech Shipment omgeving:De juiste URL heb je van Stratech ontvangen in een activatie e-mail. Deze e-mail is verstuurd naar degene die de Stratech Shipment omgeving heeft aangevraagd.
Klik op Beheer -> instellingen 
Klik op ERP Koppelingen-> Import
Kik op "Nieuwe ERP koppeling"
Geef een naam op voor de koppeling en klik op toepassen:
Hierna wordt de knop "Genereer" beschikbaar:
Klik hierop om het 'Client ID' en 'Client Secret' te laten genereren.
Je krijgt een melding: "Bij het genereren van de client credentials krijgt u eenmalig het client secret te zien, daarna is deze niet meer op te vragen. De nieuwe gegevens dienen ook aan de ERP zijde gewijzigd te worden."
Klik hier op OK
Stel de gegenereerde gegevens (client/secret) veilig
Deze zijn achteraf niet meer zichtbaar, dus je kan ze het beste in dit scherm kopiëren en plakken.
Dit kan achteraf niet meer.
Klik op "Afsluiten" om de dit scherm af te sluiten.
Wanneer de client/secret niet meer bekend zijn, kun je op "Genereer opnieuw" klikken om een nieuwe combinatie te laten genereren.
Let op: Deze gegevens dienen dan ook overgenomen te worden in het ERP koppeling.
2. Adresboek Interne Code
Tijdens de configuratie van het Stratech adresboek dient ook een code te worden vastgelegd in de Aangever.
Deze code dient te worden gebruikt in de JSON, om zodoende de interne code vanuit de JSON te koppelen aan de gegevens in het adresboek (waaronder het EORI nummer).
Tijdens de “on-boarding” van Stratech geeft een medewerker van Stratech uitleg over het vastleggen van gegevens in het adresboek. In de meeste gevallen is deze uitleg gegeven aan degene die Stratech Shipment heeft aangevraagd.
Tijdens deze stap wordt ook de ‘intern code’ vastgelegd t.b.v. de JSON koppeling. Tijdens deze uitleg is ook gevraagd om de interne code te delen met de ontwikkelaars.
Hieronder staat per bericht type van Stratech, welk JSON element hierbij hoort. In alle voorbeelden hieronder wordt de aangifte uit eigen naam en rekening gedaan.
| DMS Export (4.0) | "consignor": {"internalCode": "STRATECH API" |
| DMS Import (4.0) | "Importer": {"InternalCode": "STRATECH API" |
| DMS Inbound – ABBI (4.1) | "declarant": {"internalCode": "STRATECH API" |
| DMS Outbound – ABBU (4.1) | "Importer" : {"internalCode" : "STRATECH API" |
| Transit Departure | "consignor" : {"internal Code" : "STRATECH API" |
| Transit Arrival – Let op : Deze koppelt aan een andere element aan adresboek. |
"destinationTrader": {" eoriNumber": "NL100000071"}, |
| DVA Departure | "consignor": {"internalCode": "STRATECH API" |
| DVA Arrival Let op : Deze koppelt aan een andere element aan adresboek. | "destinationTrader": {"eoriNumber": "NL100000071"}, |
| EMCS Vertrek | "consignorTrader": {"internalCode": " STRATECH_API","exciseNumber": "NL12345678901" |
3. URL set-up (Douane API)
De URL van de Shipment API wordt beschikbaar zodra de Shipment omgeving ‘geactiveerd’ is. De persoon die Shipment ‘aanvraagt’, ontvangt van Stratech een e-mail met daarin een instructie om de omgeving te activeren. In deze e-mail staat o.a. de basis URL van Shipment.
De bedrijfsnaam van de aanvrager staat verwerkt in de URL. Dus als voorbeeld, stel dat bedrijf “Jansen Logistiek BV” Shipment aanvraagt, dan zou dit de URL kunnen zijn :
| Productie omgeving |
GUI:https://JansenLogistiekBV.stratechshipment.nl/POST: https://JansenLogistiekBV.stratechshipment.nl/erpservices/importdossierSwagger: https://JansenLogistiekBV.stratechshipment.nl/erpservices/swagger/index.html |
| Test omgeving (optioneel) |
GUI:https:// TEST-JansenLogistiekBV.shipment-stratech.nl/POST: https:// TEST-JansenLogistiekBV.shipment-stratech.nl/erpservices/importdossierSwagger: https:// TEST-JansenLogistiekBV.shipment-stratech.nl/erpservices/swagger/index.html |
4. API Verbinding
Voor het versturen van JSON bestanden of het aanroepen van de swagger pagina, gebruik deze URL’s :
4.1 Stratech Shipment:
Testomgeving:
JSON Post: https://{Prefix}.shipment-stratech.nl/api/Import/Importdossier
Help page: https://{Prefix}.shipment-stratech.nl/help
Productieomgeving:
JSON Post: https://{Prefix}.stratechshipment.nl/api/Import/Importdossier
Help page: https://{Prefix}.stratechshipment.nl/help
Hierbij moet {Prefix} vervangen worden door de prefix die wordt gebruikt voor je eigen Stratech Shipment omgeving. De inloggegevens van de “API Gebruiker” en de URL moeten worden ingevuld binnen je eigen ERP zodat er een verbinding opgezet kan worden.
Authentificatie
Productieomgeving
Stratech maakt gebruik van een ‘Bearer token’ voor authenticatie. Om een ‘Bearer token’ op te halen dient een aanroep te worden gemaakt naar een specifieke URL.
- Voor Shipment Test omgevingen: https://shptrainingidentity.stratech.nl/connect/token
- Voor Shipment Productie omgevingen: https://identity.stratech.nl/connect/token
Hieronder een voorbeeld van de cURL settings die Stratech zelf gebruikt vanuit Postman. Indien gebruik wordt gemaakt van andere technologieën, dan dien je zelf deze settings te vertalen richting je eigen programmatuur.curl --location 'https://identity.stratech.nl/connect/token' \--header 'Content-Type: application/x-www-form-urlencoded' \--data-urlencode 'grant_type=client_credentials' \--data-urlencode 'client_id=INVULLEN DOOR KLANT\--data-urlencode 'client_secret=INVULLEN DOOR KLANT' \--data-urlencode 'scope=erpservice'
De geldigheidsduur van het ‘Bearer’ token is 1 uur. Om die reden adviseert Stratech om bij elke API aanroep, tevens een nieuw ‘Bearer token’ op te halen om dit proces automatisch te laten verlopen.
4.2 Beurtvaartadres ShipmentManager:
Testomgeving:
JSON Post: https://{Prefix}.accshipmentmanager.eu/api/Import/Importdossier
Help page: https://{Prefix}.accshipmentmanager.eu/help
Productieomgeving:
JSON Post: https://{Prefix}.shipmentmanager.eu/api/Import/Importdossier
Help page: https://{Prefix}.shipmentmanager.eu/help
Hierbij moet {Prefix} vervangen worden door de prefix die wordt gebruikt voor je eigen Stratech Shipment omgeving. De inloggegevens van de “API Gebruiker” en de URL moeten worden ingevuld binnen je eigen ERP zodat er een verbinding opgezet kan worden.
Authentificatie
Productieomgeving
Stratech maakt gebruik van een ‘Bearer token’ voor authenticatie. Om een ‘Bearer token’ op te halen dient een aanroep te worden gemaakt naar een specifieke URL.
- Voor Shipment Test omgevingen: https://identity.stratechlive.nl.stratech.nl/connect/token
- Voor Shipment Productie omgevingen: https://identity.beurtvaartadres.nl/connect/token
Hieronder een voorbeeld van de cURL settings die Stratech zelf gebruikt vanuit Postman. Indien gebruik wordt gemaakt van andere technologieën, dan dien je zelf deze settings te vertalen richting je eigen programmatuur.curl --location 'https://identity.beurtvaartadres.nl/connect/token' \--header 'Content-Type: application/x-www-form-urlencoded' \--data-urlencode 'grant_type=client_credentials' \--data-urlencode 'client_id=INVULLEN DOOR KLANT\--data-urlencode 'client_secret=INVULLEN DOOR KLANT' \--data-urlencode 'scope=erpservice'
De geldigheidsduur van het ‘Bearer’ token is 1 uur. Om die reden adviseert Stratech om bij elke API aanroep, tevens een nieuw ‘Bearer token’ op te halen om dit proces automatisch te laten verlopen.
5. Berichten Business 2 Stratech (B2S)
De verschillende berichten voor DMS gebruiken hetzelfde schema. 
In de huidige versie van de koppeling
geeft de bovenliggende tag aan welk type bericht aangestuurd wordt.
6. Voorbeeldbestanden & documentatie
| DMS Export (4.0): Standaard Uitvoer Aangifte → Weder Uitvoer Aangifte → Directe Vertegenwoordiging → |
DMS Import 4.0: |
DMS Inbound 4.1: Aanbrengbericht bij Inslag → |
| DMS Outbound 4.1: Aanvullende aangifte bij Uitslag → Actieve Veredeling → |
Transit Departure: |
Transit Arrival: (deprecated) |
| DVA Departure: Basis uitgaand douanevervoer T1 → |
DVA Arrival: Basis binnenkomende douanevervoer → |
EMCS Vertrek: EMCS Departure → |
7. JSON Best Practices
Lege waardes
In geval elementen ‘leeg’ zijn of geen data bevatten, kunnen deze elementen het beste worden weggelaten uit de bestandsinhoud.
DoNotSaveWhenInvalid
Element DoNotSaveWhenInvalid kan het best op true worden gezet. Wanneer deze true is, geeft de API zowel technische als ook functionele foutmeldingen weer.
Op die manier worden meer fouten in het JSON bestand blootgelegd, waarop geacteerd kan worden om zo de kwaliteit van de file te verhogen tijdens het ontwikkel traject.
ApplicationReferenceId
Element ApplicationReferenceId dient altijd een unieke waarde te bevatten. Hier kan voor worden gezorgd door een volgnummer of timestamp toe te voegen.
Koppelteken
Het beste koppelteken voor elementen dossierNumber en applicationReferenceId is een underscore, ofwel _ . Underscores zijn uitgezonderd in de elastic search functionaliteit van Stratech Shipment, en kunnen daardoor niet zorgen voor ongewenste resultaten binnen zoekvensters van Shipment.
Carriage Return & Line Feed
Het gebruik van \r (Carriage Return) en \n (Line Feed) is niet toegestaan in de JSON. Het gebruik van meerdere regels, wordt gedaan door de tag meermaals op te geven. Voorbeeld EUR.1 - “Toelichting op bewijsstukken”<PreferentialConditions> <PreferentialConditionsLine>Text line 1</PreferentialConditionsLine> <PreferentialConditionsLine>Text line 2</PreferentialConditionsLine> <PreferentialConditionsLine>Text line 3</PreferentialConditionsLine></PreferentialConditions>
8. Berichten Stratech 2 Business (S2B)
Shipment biedt mogelijkheden om na het versturen van een douane aangifte,
informatie vanuit de Douane terug te ontvangen in het ERP.
In dit hoofdstuk is het ‘status
bericht’ beschreven, waarmee Stratech informatie van Douane terugstuurt naar het ERP.
Deze optie is beschikbaar in de volgende varianten van Stratech Shipment:
- Shipment Enterprise
- Shipment Business
Het eerste statusbericht wordt vanuit Stratech teruggestuurd naar het ERP zodra de aangifte naar de Douane is verstuurd. Wanneer vervolgens de status van de aangifte wijzigt, worden additionele statusberichten teruggestuurd naar het ERP.
8.1 Configureren status callback URL
Het ERP dient een URL beschikbaar te stellen waar Stratech na het ontvangen van een douanebericht, de informatie van Douane weer terug kan sturen naar het ERP. Volg deze stappen om de URL te configureren:
- Log in op de Shipment omgeving
- Ga naar Instellingen, ERP Koppeling
- Geef bij ‘Status callback URL’ de URL op, waar Shipment de informatie vanuit Douane naar terug dient te sturen. Klik op Toepassen.
8.2 Beveiliging
Voor het beveiligen van dit verbindingstype biedt Stratech Shipment de volgende instellingen:
1. Basic authentication, met een gebruikersnaam/wachtwoord die Stratech vervolgens zal gebruiken om verbinding te maken met het endpoint dat is geconfigureerd.
2. Certificaatvalidatie (zie screenshot hieronder).
- Als deze optie is aangevinkt met Ja, zal Stratech een vertrouwd SSL-certificaat verifiëren op het eindpunt.
- Als deze optie is aangevinkt met Nee, kan Stratech verbinding maken met een self-signed certificaat.
8.3 Bericht methode
Stratech Shipment berichten worden verzonden met de POST-methode.
Andere methoden worden niet ondersteund.
8.4 Veld specificaties
De specificaties van de velden in de statusberichten zijn af te lezen vanaf de swagger pagina. De URL van de swagger pagina is te herleiden in hoofdstuk ”URL set-up (douane API)”. Op deze pagina is vanuit Importdossier, tabblad Callbacks, het volledige schema in te zien.
8.5 Voorbeeldberichten en functionele toelichting
In het onderstaande downloadbestand vind je aanvullende informatie over de statusberichten, waaronder:
- Functionele toelichting op statusberichten
- Een voorbeeldset / scenario met beschrijving van techniek en functie
- Toelichting hoe de Stratech TestTool kan worden ingezet om o.a. de statusberichten te simuleren en te testen in Stratech testomgevingen, en hoe de statussen te
interpreteren in de context van douane berichten.
Download - Webhook Status Messages List (SHP)
8.6 Best practices
Bij het implementeren van de Statusberichten van Shipment heb je verschillende mogelijkheden om de Statusberichten van Shipment te verwerken. Je kunt ervoor kiezen om alle berichten te koppelen richting ERP te implementeren of te kiezen op basis van de behoeften van je organisatie.
De meest voorkomende toepassing van de statusberichten zijn de volgende situaties:
8.7 MRN Upload Shipment -> ERP
Voor een zogenaamde ‘MRN Upload’ volstaat het om de volgende statussen te verwerken:
DMS 4.0
- Status code 3 (definitieve vrijgave)
- Status code 4 (voorlopige vrijgave)
DMS 4.1
- Status code 5 (vrijgave voor IIAA)
In deze berichten staan de ‘douane goedkeuringen’ met het door douane toegekende MRN. Dit nummer kan worden gebruikt voor de douane administratie van het ERP. Voor Export aangiften kan aanvullend worden overwogen om status 28 (exit of goods / confrmation of exit) bericht óók te verwerken. Voor DMS 4.1 declaranten geldt dat de MRN administratie compleet dient te zijn in het ERP voor de verplichte audit file.
8.8 Waarschuwingen bouwen in ERP
Om ervoor te zorgen dat in geval van een proces blokkerend douane bericht een waarschuwing of signaal vanuit het ERP aangestuurd kan worden, kan worden overwogen om extra berichten als status 23 (foutmelding op aangifte) en/of 24 en 25 (bescheidcontrole, fysieke controles) berichten in het ERP te verwerken.
Daarmee kunnen verdere signalen via het ERP worden ontwikkeld, waardoor medewerkers in de organisatie er (buiten Stratech Shipment om) op worden geattendeerd dat een actie nodig is op een aangifte. Deze berichten worden ook weergegeven in Shipment zelf. Het verwerken van deze berichten is daardoor optioneel.
Voor verdere informatie omtrent het verwerken van status berichten en hoe deze het beste toegepast kunnen worden in je organisatie, helpt Stratech je graag verder vanuit onze API Support dienstverlening.
9. Configureren Document Status callback URL (PDF ophalen)
De API biedt mogelijkheid om documenten in Shipment, op te halen als PDF bestanden. Hiermee is mogelijk om Shipment documenten, als PDF bestanden op te slaan richting een eigen netwerk of systeem. Dit zijn documenten die worden gegenereerd na ‘goedkeuring douane’, bijvoorbeeld:
- Wegvoering of Uitvoer documenten
- Uitnodiging tot Betaling documenten
9.1 Inrichten endpoint
In Shipment scherm “Instellingen, Import, ERP Koppeling” zijn nieuwe velden toegevoegd, waarbij een nieuwe Document Callback URL (endpoint) ingericht kan worden. Deze velden werken hetzelfde als de status afhandeling (zie hoofdstuk 8).
9.2 Voorbeeld document bericht
Als na het verwerken van een douane bericht een document aangemaakt wordt door Shipment, dan wordt een event verstuurd richting de ingestelde callback URL. De inhoud van het bericht is bijvoorbeeld als volgt. Dit bericht is ook te vinden op de Swagger pagina
Hieronder een toelichting per element:
-
- DocumentId : Het Id van het op te halen document
Dit is het belangrijkste element.. Hierin staat het ID waarmee de PDF opgehaald kan worden. - ApiReference : Het ‘LRN’ (local reference number) van de aangifte.
De inhoud van dit element komt overeen met het Frn element in de Statusberichten (zie hoofdstuk 8 voorbeeldset).
Dit element wordt door Stratech gegenereerd zodra een aangifte wordt verzonden. - TenantId
De URL van de Shipment-omgeving. - documentSource
Het soort aangifte, bijvoorbeeld DMS. - documentContentType
Het type document , bijvoorbeeld:
- Original = Wegvoering (import) of Uitvoerdocument (export)
- PaymentRequestFinal = definitieve UTB - occurredOn
Tijdstip waarop het event is verstuurd.
- DocumentId : Het Id van het op te halen document
9.3 Ophalen PDF (GET)
Om na ontvangst van een document status bericht, vervolgens een document op te halen, dient een extra aanroep te worden verzonden aan Shipment. Dit moet in de vorm van een GET bericht, richting de URL van de Shipment omgeving, en voorzien van het DocumentId uit de document statusberichten.
Deze GET dient te zijn voorzien van een bearer token, dit werkt hetzelfde als voor de authenticatie die wordt gebruikt in de POST van aangiftedata. Bijvoorbeeld, stel dat je onderstaand bericht ontvangt van de Document callback, en de basis URL van de shipment omgeving is https://JansenLogistiekBV.shipment-stratech.nl/ .

Dan kan een GET worden opgesteld richting:
-
https://JansenLogistiekBV.shipment-stratech.nl/erpservices/Documents?id=5456fee3-b7fa-4adf-9938-9137c474b61b
Hieronder een voorbeeld GET met Postman waarmee een PDF kan worden opgehaald:


9.4 Voorbeeld respons

Het ophalen van de PDF Via de Swaggerpagina:
9.5 Toelichting PDF-bestandsnamen DocumentGET
Bij gebruik van DocumentGET, hebben de PDF bestanden een vast format qua bestandsnamen. Deze worden hier toegelicht. De bestandsnamen voor het ophalen van de documenten, zijn niet te beïnvloeden. Hier staan altijd in, wanneer bekend:
- Soort document
- MRN Nummer wanneer bekend
- Aangiftenummer (FRN Nummer)
- ARC Nummer wanneer bekend
Voorbeelden
DMS:
(Definitieve vrijgave DMS uitvoer - MRN Nummer - FRN NummerDMS TAX-FINAL Definitieve vrijgave DMS uitvoer - MRN Nummer - FRN Nummer)
429-CLE 25NL3VBAZBZOD2DDR2 240408-1009319.pdf
DVA:
(DVA Goederen vrijgegeven - MRN Nummer)
DVA GOODS RELEASE NOTIFICATION 25NL000590KKZEATJ0.pdf
EMCS
Opbouw bestandsnaam (EMCS Aangifte geaccepteerd – ARC-nummer – FRN Nummer)
EMCS DEPARTURE-ACCEPTED 25NL132517592391582S2 252215-138800050.pdf
9.6 Testen DMS interface
Na het configureren van de API en berichten, kan de interface worden getest. De beschrijving hieronder is toegespitst op het testen via de Stratech ‘Swagger pagina’. De set-up van Stratech kan uiteraard ook worden getest vanuit een applicatie. Stratech gebruikt Postman voor testdoeleinden.
9.7 Inloggen Swagger
Om een JSON file te kunnen testen moet je eerst inloggen:
- Klik op de knop 'Authorize'
- Gebruik het ‘Client ID’ en ‘Client Secret’ (‘zie hoofdstuk API Settings configureren’)
- Zet het vinkje ‘erpservice’ aan, en klik op ‘Authorize’.
9.8 JSON File aanbieden
Om de JSON file aan te bieden aan Shipment, klik op ‘Try it out’:
Kopieer vervolgens de inhoud van je JSON file naar het ‘Request’ veld.
Klik op ‘Execute’ om het bericht te versturen.
Wanneer de file geen fouten bevat dan is deze correct verwerkt en wordt deze zichtbaar in Stratech Shipment met de benaming die is aangegeven in veld ‘dossierNumber’
9.9 Swagger responses
Na het klikken op ‘Execute’ wordt de aangeboden file getoond. Wanneer je in dit scherm naar beneden scrollt dan zie je onder ‘Server response’ het responsbericht van Shipment. In het voorbeeld hieronder is de file niet ingelezen omdat de ApplicationReferenceId reeds eerder is gebruikt.
10. User Manual (DMS)
Bij het versturen van JSON bestanden richting Shipment wordt alleen een technische validatie gedaan. Voor elk type bericht worden functionele validaties gedaan voor bijvoorbeeld de verplichtingen van velden.
Om deze reden leveren wij ook de DMS User Manual V1.3 aan. De User Manual is onderdeel van de douanespecificaties voor aangiften binnen DMS. De User Manual bevat alle codelijsten, regels en verplichtingen van alle velden binnen DMS.
In de User Manual is alleen het tabblad “2. Declaration” relevant. Elke kolom staat voor een bepaalde aangifte welke gedaan kan worden, zoals bijvoorbeeld B1. Per kolom staan de verplichtingen van alle velden voor de specifieke aangifte.

De tabel is voorzien van kolommen met daarin de gegevensvereisten voor het daaronder vallende aangifte of kennisgeving bericht.
Voor DMS 4.0 Import en Export kunnen we de douane kolommen vertalen naar onderstaande tabel, waarin af te lezen is welke douane MIG kolom, bij welk Stratech API bericht hoort, en wat voor type aangifte dit is.
In de MIG die in de DMS 4.0 voorbeeldbestanden wordt geleverd, is de kolom die bij dat type aangifte hoort, groen gemarkeerd. De DMS 4.1 berichten gebruiken verschillende combinaties van deze kolommen, daarom staan deze niet apart benoemd.
| MIG Kolom | Stratech API bericht Zoals benoemd in de Stratech voorbeeldbestanden |
Regeling - soort aangifte XX zijn wildcards |
| B1 | DMS Export (4.0) |
10.00 – Uitvoer |
| B2 | DMS Export (4.0) | 21.xx – Passieve Veredeling |
| H1 | DMS Import (4.0) |
40.00 – In Vrij Verkeer brengen (ook wel ‘inklaring’) |
| H2 | DMS Import (4.0) | 71.xx –aangifte voor opslag douane-goederen |
| H3 | DMS Import (4.0) | 53.xx – Tijdelijke invoer |
| H4 | DMS Import (4.0) | 51.xx – Actieve Veredeling |
10.1 DMS Douane codelijsten in gebruik API
Voor een aantal API elementen dienen waardes te worden opgegeven die zijn gedefinieerd in douane codelijsten. In onze voorbeeldsets wordt per voorbeeldset in de PDF bijlage met een oranje label weergegeven wanneer een codelijst van toepassing is.
In onderstaand voorbeeld is te zien dat voor veld ‘aard van de transactie’, oftewel element ‘transactionNaturecode’, codelijst 091 van toepassing is:

Alle DMS-codelijsten staan vermeld op deze website van douane:
https://kennisbank.douane.nl/codeboek/codeboek-onderdeel-dwu-aangiftebehandeling/
In dit voorbeeld kunnen we op de website, codelijst 091 openen:
We vinden de mogelijke codes voor element transactionNatureCode terug in de kolom ‘Code’.
Richting JSON wordt dit, bijvoorbeeld: "transactionNatureCode": "11",
11. Shipment Artikelbestand aanroepen via API
Het Shipment Artikelbestand via API geeft mogelijkheid data, die niet in het ERP aanwezig is, onder te brengen in Shipment en middels een code aan te roepen. Om te koppeling met het artikelbestand te kunnen maken dient het ERP/WMS systeem minstens de volgende elementen aan te leveren in de JSON:
- stockKeepingUnit
- hsCode
Daarnaast is het best practise om gewichten, aantallen, en (statistische waarden) aan te sturen vanuit ERP / WMS. Data die in het ERP/WMS ontbreekt, maar wel nodig is in de aangifte, kan in het artikelbestand worden ondergebracht. Denk hierbij aan bijvoorbeeld:
- Bescheidcodes (Y900)
- Aanvullende taric codes (4099)
Hieronder een voorbeeldschets hoe dit in te richten. Het artikelbestand in Shipment zit onder Overzichten:
In dit scherm kan een nieuw artikel worden aangemaakt:
In het artikelbestand dient minstens te worden vastgelegd:
- Afzender / Importeur
- Artikelcode (SKU) – dit legt de koppeling met ERP via Json element stockKeepingUnit. Dit element kan bijvoorbeeld een ERP artikelnummer zijn.
- HS Code
Alle overige gegevens kunnen worden vastgelegd in Shipment.
Voorbeeld
Links een JSON file die vanuit ERP / WMS , middels elementen stockKeepingUnit en hsCode , de link legt naar het Shipment artikelbestand.
Rechts het artikelbestand, waarbij in dit voorbeeld de aanvullende code 4099 en bescheidcode Y900 is vastgelegd (voor dit artikel, dus ARTICLENUMBER_55294 en goederencode 84659500).
Eenmaal ingericht, zullen alle JSON files met ARTICLENUMBER_55294 en goederencode 84659500, door Shipment worden aangevuld met aanvullende code 4099 en bescheidcode Y900.
12. JSON Support Tags
Het Shipment Artikelbestand via API geeft mogelijkheid data, die niet in het ERP aanwezig is, onder te brengen in Shipment en middels een code aan te roepen. Om te koppeling met het artikelbestand te kunnen maken dient het ERP/WMS systeem minstens de volgende elementen aan te leveren in de JSON:
| JSON TAG | VALUES | UITLEG |
| applicationReferenceId | String | Informatie voor referentie ter verduidelijking omtrent de zending |
| doSubmitWhenValid | False (Geen automatische aangifte) / True (Wel automatische aangifte) |
Automatisch aangifte doen als alle verplichte velden voor de douane zijn gevuld. |
| doNotSaveWhenInvalid | False (wordt wel opgeslagen) / True(Wordt niet opgeslagen) | Sla de zending (niet) op als er (indien) fouten zitten binnen het API bestand. |
| isContainerShipment | False/True | Bevat zending container? |
| internalCode | String | Code welke gekoppeld is aan geadresseerde. Hierdoor is het niet benodigd om alle adres gegevens door te sturen. |
|
canApplyChainProcedureInFuture (ABBI / Inbound) 4.1 specifiek |
False/True | In geval je als IIAA vergunninghouder de ketenregeling wilt toepassen (douane scenario C), dan dient deze waarde ‘true’ te zijn. |
|
applyChainProcedure (ABBU / Outbound) |
False/True |
Als deze waarde False is in het dmsEIDRDeclarations bericht, zal Stratech Shipment scenario B toepassen en verzenden: Dit betekent dat: |
| daysDelayBeforeSubmit | Numerieke waarde |
De waarde hier geeft aan na hoeveel dagen Stratech de aanvullende aangifte verstuurt na ontvangst van het API bericht. |